Tot een jaar of 5 geleden heb ik altijd gevoetbald, totdat een onwillige enkel verder voetballen onmogelijk maakte. Sindsdien ben ik meer gaan hardlopen en spinnen om actief te blijven en lekker te kunnen blijven sporten. Hoewel het nog elke zaterdag kriebelt als ik bij mijn zoons langs de lijn sta, ben ik vooral het hardlopen steeds leuker gaan vinden. Maar tot voor kort had ik geen idee hoe ik het beste kon trainen en zat mijn hardnekkige competitiedrang me flink in de weg. Sinds kort doe ik het anders en het leuke is; het werkt!

Te hard trainen

Misschien ken je de situatie; je bent aan het hardlopen, zit in een goed loopritme en bent halverwege je rondje van 8 kilometer. Totdat je plotseling in de verte, op een lang recht stuk, een andere loper ziet. Na een korte inschatting van een paar seconden merk je dat jouw tempo hoger ligt dan dat van de loper in de verte. En vervolgens doe je er zelf een tandje bij. Je begint eigenlijk iets boven jouw geplande tempo te lopen, maar tegelijkertijd kom je steeds dichter bij je zelfbedachte tegenstander. Na een minuut of 7 loop je vlak achter hem. Nog even een kleine versnelling en er dan voor zorgen dat je hem met een soepele tred voorbij inhaalt. Het liefst ook nog even met stevige stem ‘hallo’ zeggen en dan loop je plotseling voor hem. Doel bereikt! Of toch niet?

Onverstandig

Het bovenstaande is mij vaak overkomen. Ik liet me leiden door een soort wedstrijdelement en vergat mijn plan en doel van die training. Ik ben competitief ingesteld en hou ervan om eigen uitdagingen te creëren, maar intussen was ik constant te hard aan het trainen. In plaats van een lange duurtraining in een rustig tempo, liet ik me opzwepen door wat er om me hen gebeurde. Het gevolg was dat ik te hard trainde, mijn tijd per kilometer omlaag bracht, maar geen training afrondde waarin ik juist op afstand en duurvermogen trainde. En als ik dan vervolgens meedeed met een hardloopevenement, was ik verbaasd dat ik mijn tijd niet kon verbeteren. Achteraf gezien niet zo gek, omdat ik niet goed trainde. Een tijd terug heb ik daarom besloten om het anders te gaan doen.

Slak of haas

In feite doe ik nu drie dingen structureel binnen mijn trainingen:

  • Ik loop één keer per week lange afstanden (die passen bij mijn doel van bijvoorbeeld een halve marathon) en doe dat in een rustig tempo.
  • Op de dagen tussendoor doe ik korte interval trainingen die super intensief zijn.
  • Ik gebruik geen hartslagmeter tijdens de lange afstand trainingen, maar loop op kilometertijd.

Door deze drie trainingsregels met discipline toe te passen, lukt het me veel beter om me aan mijn geplande doel te houden. Bovendien wissel ik de lange trainingen in rustig tempo (slak) structureel af met de snelle intervaltrainingen (haas) waardoor mijn basistempo langzamerhand steeds sneller wordt. Dit zijn geen nieuwe feiten of trainingsmethodieken, maar voor mij werkt dit heel goed en bovendien vind ik juist de afwisseling erg leuk. En (niet onbelangrijk), mijn PR’s worden beter, waardoor ik toch mijn competitiedrang nog kwijt kan in het hardlopen.

 

Train voor jezelf

Als ik tegenwoordig in een rustig tempo een lange afstand loop, denk ik er niet meer aan of voorbijgangers vinden dat ik het wel erg rustig aan doe. Ik trek me hier niets meer van aan. Ik train met beleid, maar wel met een doel voor ogen. Een prima combinatie, waar ik erg van geniet en waardoor mijn trainingsintensiteit flink is verbeterd. Wellicht een goede tip voor jou! Succes!

Bedankt dat je de blog hebt gelezen!

Geen blog meer missen? Schrijf je hier in!

  • Al ruim 300 inschrijvingen!

    Geen zorgen. Wij houden ook niet van spam.