Veel mensen die stress ervaren hebben moeite met het aangeven van hun grenzen. Hierdoor nemen ze geregeld te veel hooi op de vork, waardoor ze nog meer stress ervaren.

Zeg jij geregeld op de automatische piloot “Ja” en heb je dan achteraf vaak spijt omdat het je eigenlijk helemaal niet lukt? Grote kans dat je het dan toch doet, want je hebt immers al toegezegd.

Of zeg jij wel “nee” maar doe je uiteindelijk “ja”. Als je dit vaker doet, weten mensen dit van je en zullen ze jouw “nee” minder snel accepteren.

Gelukkig zijn er manieren om je grenzen beter aan te geven. In dit artikel geef ik je een aantal tips die je kunnen helpen bij het duidelijk aangeven van je grenzen.

Assertief reageren

Grenzen aangeven heeft veel met assertiviteit te maken. Iemand die assertief is, komt goed voor zichzelf op, maar houdt wel rekening met de gevoelens van de ander. Vaak wordt gedacht dat iemand die assertief reageert, iemand is die altijd heel standvastig is, zich dominant opstelt, schreeuwerig is of zijn mening doordrukt, maar deze personen zijn absoluut niet assertief. We noemen deze groep agressief.

Als jij juist altijd rekening houdt met de mening van een ander en heel weinig voor jezelf opkomt, dan ben je sub-assertief. Assertiviteit zit precies tussen sub-assertief en agressief in.

De boom bij veel wind

Om assertiviteit beeldend te maken, gebruik ik vaak het voorbeeld van een boom. Jij bent de boom en wind is in dit geval “de ander”. Als je een hele flexibele boom hebt zal deze heel gemakkelijk doorbuigen als er wind staat. Hij geeft weinig tegengas. Een voorbeeld van sub-assertiviteit. Het gevaar bij deze manier van reageren is dat mensen heel snel over je heen lopen en je niet respecteren.

Heb je een boom die heel “stug” is, dan buigt deze bijna niet door. Op moment dat er veel wind staat, zal deze boom veel tegengas geven, maar de kans op breken is ook heel groot. Dit is het geval bij de agressieve groep. Deze groep blijft heel star in zijn mening, waardoor bijvoorbeeld relaties kunnen breken.

Dan heb je nog een boom die hier precies tussenin zit, niet stug, maar ook niet super flexibel. Deze boom is stug genoeg om tegengas te geven, maar kan ook meeveren om te zorgen dat hij niet breekt. Het kan bijvoorbeeld zijn dat je aangegeven hebt dat je het heel druk hebt, maar je vriend zit echt in nood en niemand anders kan helpen. Je kunt in dat geval besluiten om toch flexibel te zijn in je grenzen en voor deze keer bij te springen. Het verschil met sub-assertiviteit is dat je dit niet automatisch, maar weloverwogen doet.

In dit voorbeeld zie je hoe belangrijk assertiviteit is als het gaat om grenzen aangeven. Welke manier van reageren heeft jouw voorkeur?

Grenzen aangeven

Je weet nu het verschil tussen sub-assertiviteit, assertiviteit en agressie, maar hoe kun je nu zorgen dat je assertief bent in het aangeven van grenzen? Assertief reageren is echt niet altijd even makkelijk, zeker niet op het moment dat je al veel stress ervaart. Je voelt je door de stress al onzeker of geïrriteerd en daardoor ben je sneller geneigd om sub-assertief of agressief te reageren. Toch zijn er een aantal dingen die je kunt doen om toch duidelijk je grenzen aan te geven.

Tip 1: Zorg dat je je zelfverzekerd voelt

Op het moment dat je zelfverzekerd bent en goed in je vel zit, is het gemakkelijker om assertief te reageren. Maak jezelf niet kleiner (of juist groter) dan de ander en geloof dat jouw mening belangrijk is.

Tip 2: Wees je bewust van je houding

Let in het communiceren op je houding. Je kunt hierbij gebruik maken van het voorbeeld van de boom. Ga rechtop staan, met 2 voeten plat op de grond en de knieën licht gebogen. Het klinkt misschien vreemd, maar door je houding te veranderen, verandert je gevoel automatisch mee. Ga maar eens heel slapjes staan en in elkaar gedoken en daarna juist heel strak en vervolgens weer in de eerste houding. Voel je het verschil?

Bij het aangeven van je grenzen is het belangrijk om flexibel, maar wel stevig te staan. Je gaat je in deze houding zelfverzekerder voelen en je komt ook krachtiger over. Mensen zijn dan eerder geneigd je als gelijkwaardig te zien en je serieus te nemen.

Tip 3: Praat in de Ik-vorm

Als je jouw grens aan wilt geven, praat dan altijd in de ik-vorm. Zeg bijvoorbeeld: “Ik heb het heel druk, dus het gaat mij echt niet lukken.” Of: “Ik vind het niet prettig als je steeds door mij heen praat, ik voel me dan niet gehoord.”

Op het moment dat je zegt: “Jij praat steeds door mij heen en luistert niet” is de kans veel groter dat de ander zich gaat verdedigen, omdat hij zich aangevallen voelt. Je krijgt dan een conflict en bereikt er niet mee dat iemand voortaan beter gaat luisteren.

Tip 4: Grenzen aangeven is oefenen

Leg de verwachtingen bij jezelf niet te hoog en begin met kleine stapjes. Als je merkt dat je geregeld automatisch “Ja” zegt, kun je jezelf aanwennen om heel even bedenktijd te vragen. Je kunt dan afwegen of het eerlijk naar jezelf en de ander is om “Ja” te zeggen.

Zeg ook bewust eens wat vaker “nee” en kijk hoe mensen hierop reageren. Waarschijnlijk is het voor jou een groter probleem dan voor de ander en respecteert de ander je juist omdat je open en eerlijk bent.

Als je je mening geeft, wees dan duidelijk. Vertel je mening kort en bondig en draai er niet omheen. Dit geldt ook voor het aangeven van je grenzen. Als je eenmaal “Nee” gezegd hebt, blijf dan volhouden. Als je vaak toch overstag gaat nemen mensen je “nee” niet meer serieus en wordt grenzen aangeven steeds lastiger.

Grenzen aangeven in het kort:

  • Let op je houding bij het aangeven van je grenzen of het geven van je mening
  • Praat vanuit jezelf en wees duidelijk
  • Zorg ervoor dat je niet TE flexibel of TE star bent
  • Oefen het aangeven van grenzen in kleine stapjes. Leg de verwachtingen niet te hoog.

Voel je relaxed en vitaal met water én fruit op je werk!

Geen blog meer missen? Schrijf je hier in!

  • Al ruim 300 inschrijvingen!

    Geen zorgen. Wij houden ook niet van spam.