Viteau steunt Unicef en in het bijzonder het WASHE-drinkwaterproject in Zambia. Met dit project worden waterputten geslagen waarmee duizenden mensen worden voorzien van schoon drinkwater. Daarnaast krijgen kinderen en ouders informatie over schoon drinkwater en goede hygiëne.

In Zambia tekent zich een sociale crisis af. De bevolking is arm, en wordt alleen maar armer. De gemiddelde levensverwachting is de afgelopen jaren gedaald naar 40 jaar. Van de 10 kinderen die levend geboren worden, sterft er 1 in het eerste levensjaar, en vervolgens nog eens 2 vóór ze hun vijfde verjaardag hebben kunnen vieren. Malaria is de belangrijkste oorzaak van kindersterfte, met longontsteking en diarree als ‘goede’ tweede en derde. Elk kind heeft gemiddeld vijf maal per jaar diarree, wat komt door de slechte sanitaire omstandigheden. Aids eist steeds meer slachtoffers. Over de wijze waarop het virus wordt overgedragen zijn veel misverstanden. Men gebruikt weinig condooms, maar vermijdt wel de uitgestoken hand van een iemand met aids. Veel kinderen raken al besmet bij de geboorte of kort daarna via de moedermelk. Ook veel kinderen verliezen één of beide ouders aan aids. Driekwart van de toch al arme gezinnen neemt één of meer weeskinderen op.

In de periode 1992-1996 werden grote delen van Zambia geteisterd door droogte. Bronnen van 20 meter diep kwamen droog te staan. Dieper boren is moeilijk door de rotsachtige bodem. Een derde van alle bronnen stond droog of de pomp was kapot. Slechts een kwart van de plattelandsbevolking had toegang tot schoon drinkwater. Het oosten en het zuiden werden het zwaarst getroffen. Vooral vrouwen en kinderen hadden onder de situatie te lijden. Kinderen moesten vaak uren lopen om in de rij te gaan staan voor een paar liter water, en konden daardoor de hele dag niet naar school. De oogst mislukte, gezinnen hadden minder voedsel, de weerstand van kinderen en volwassenen nam af, met als gevolg nog meer ziekte en sterfte. Doordat het land niets meer opbracht stortte de economie in. De nationale schuld liep op, en de regering kon niet veel voor haar inwoners doen. Het toch al niet hoge inkomen van veel gezinnen werd binnen enkele jaren gehalveerd. Inmiddels blijkt het om een terugkerend probleem te gaan. De regenval is in 20 jaar met een kwart afgenomen.

Samen met overheid en andere instellingen sprong UNICEF in de bres door zoveel mogelijk nieuwe waterbronnen aan te boren en daar waterputten bij aan te leggen of handpompen op aan te sluiten. Hieruit is het internationale en meerjarige WASHE-project voortgekomen, dat in verschillende delen van Zambia al 300.000 mensen, kinderen en volwassenen, heeft bereikt. WASHE is een afkorting van WAter, Sanitair en Hygiëne-Educatie. Er werken diverse hulporganisaties aan mee. UNICEF Nederland richt zich, met ondersteuning van Viteau, op twee districten in Oost-Zambia: Nyimba en Petauke. Hier is de situatie bij aanvang van het project zo mogelijk nog schrijnender. Niet meer dan de helft van de bevolking beschikt er over schoon drinkwater en een hygiënische latrine. Op scholen is er gemiddeld 1 latrine per 85 leerlingen, wat veel te weinig is, en in combinatie met een gebrek aan hygiënisch besef (en dus gedrag) levensgevaarlijk. Scholen worden zo onveilige plekken waar ziekten en darmparasieten zich razendsnel kunnen verspreiden. Voor meisjes is hygiënisch, veilig en gescheiden sanitair nog belangrijker dan voor jongens. Het ontbreken ervan kan bij hen leiden tot wegblijven van school, met als gevolg een nieuwe generatie ongeschoolde, ongeletterde vrouwen.

Doelen: betere hygiëne, minder ziekte, drinkwater in de buurt

Toegang tot schoon drinkwater en sanitair is een fundamenteel recht, en een voorwaarde voor gezondheid en menselijke waardigheid.  Aan dit recht komt UNICEF tegemoet door middel van het aanbieden van sanitaire voorzieningen op een manier die zelfredzaamheid en duurzaamheid garandeert. Daarbij gaat steeds extra aandacht uit naar kwetsbare gezinnen: gezinnen zonder vader of zelfs zonder ouders, waar de oudste kinderen voor de kleintjes zorgen. Ook gezinnen die wezen van overleden dorpsgenoten of familie hebben opgenomen krijgen extra aandacht.